ANEKDOTES

We kunnen twee dingen doen

Toen we begonnen heb ik tegen mijn nicht gezegd: “We kunnen twee dingen doen: goed ijs maken of slecht ijs maken. Ik ben een voorstander van goed. En jij?” “Ja ik ben ook een voorstander van goed.” Dus goed ijs is het geworden. Ik had ervaring met ijsbereiden. Veel Italianen, met wie mijn vader bevriend was, zaten in het ijs. Ik hielp vaak een handje mee in hun zaak en van hen heb ik zodoende geleerd hoe je ijs moest maken. Het ijsbereiden was een liefhebberij geworden. – Orlando Garrone (1922-2000)

Fietsen

De winkels in de buurt hadden altijd veel last van de fietsen van de jeugd die bij ons ijs kwam eten. Dan kwamen ze hier nog wel eens klagen, maar we konden er niet veel aan doen helaas. Er was geen plaats voor fietsenrekken. Nu de Grote Houtstraat een wandelstraat is, is er zelfs plaats voor een terras. De laatste jaren is er weer veel veranderd. Van onze oorspronkelijke buren is bijna niemand meer over, alleen de ijssalon is er na 50 jaar nog steeds. Garrone is meegegaan met de tijd, maar een ding is hetzelfde gebleven: de kwaliteit van het ijs. Ik ben trots op ons ijs en trots op onze familie die dat ijs al die jaren gemaakt heeft. – Orlando Garrone (1922-2000)

Een rommeltje

Vooral eind jaren vijftig en begin jaren zestig was de ijssalon aan de Grote Houtstraat geweldig druk. De jeugd kwam vooral in de middag ijs eten. ’s Avonds zaten oudere mensen aan de tafeltjes met een coupe. Veel scholieren namen tussen de middag een pastische voor 50 cent. Erminio Giraudi had een keer voor zichzelf een bolletje vanille, twee keer aardbei, nog een vanille en slagroom in een beker door elkaar gemengd. We hadden geproefd en gevraagd wat dat was. “Pastis”, had Erminio gezegd in het Piemontese dialect, “een rommeltje” betekent dat. We zijn de pastische gaan verkopen en dat was een groot succes. – Giovanni Giraudi (compagnon van 1949 tot 1972)

Orlando Garrone, Giovanni Giraudi en Erminio Giraudi

Erminio Giraudi en Orlando Garrone

IJsspatel

Je had in die tijd twee kampen onder de Haarlemse jeugd, de Giraudikikkers en de nozems. De Giraudikikkers, dat waren de kakkers uit de buurt van Aerdenhout. Die verzamelden zich bij de ijssalon. De nozems hadden vetkuiven en droegen leren jasjes. Een keer kwam een hele ploeg nozems naar binnen om de boel in de salon op stelten te zetten. Erminio Giraudi kwam achter de toonbank vandaan en ging met de grote ijsspatel achter ze aan. Even zwaaien met die spatel en weg waren ze. Je was helemaal niet bang, omdat de jongens van Giraudi en Garrone niet over zich lieten lopen. – Corrie en Hennie Terpoorten (werkten begin jaren ’60 in de ijssalon)